Kardinaal Alfrinkstraat 40, 5046HS Tilburg

  • Facebook Social Icon
  • Blogger Social Icon
  • Pinterest Social Icon
Object Oriented Ontology

Een tijd geleden las ik in een krantenartikel over Object Oriented Ontology en welke invloed dit heeft op de kunsten en op je visie op de wereld. In het kort komt het er op neer dat je een paradigma krijgt waarbij niet de mens centraal wordt gesteld, maar de objecten, waarbij de mens ook onder de objecten valt. Daarmee wordt het antropocentrisme overboord gegooid en ontstaat een mogelijke visie waarbij men meer oog heeft voor de wereld waarop wij leven.

 

De kans is groot dat de objecten ons overleven, tenzij het ons lukt om deze aardbol in z'n geheel op te blazen. Maar laten we daar niet vanuit gaan. Het betekent wel dat datgene wat wij produceren zijn afdruk achterlaat op de wereld. Lang als de mensheid er niet meer is zullen producten van onze hand overeind blijven en een fossiele erfenis achterlaten.

 

Juist deze fossiele erfenis heeft mij getroffen. Wat blijft er over van de verdwenen mens? Welk spel kan er gespeeld worden? Op welke wijze kan ik de in-/afdruk die de mens achterlaat verbeelden?

 

Deze gedachte exercitie heeft geleid tot een aantal objecten die in meer of minder vergankelijke objecten vorm hebben gekregen.

 

Disappering Object

Het eerste object is een sculptuur waarbij een mens verdwijnt in het object. Slechts vage contouren blijven achter om het menselijke nog net te herkennen, maar als de erosie toeslaat verdwijnt deze mens in het geheel en wordt daarmee één met de rest.

 

Fragmented Existence

Dit eerste object, genaamd Disappearing Object, is niet alleen een fysiek object waarbij herkenning een rol speelt, maar heeft in de voorstudie geleid tot een tweede en derde object van papier. Het object is versnipperd en tot een nieuw geheel gemaakt, waarbij de originele vorm verloren is gegaan en getransformeerd in een nieuwe vorm, getiteld: Fragmented Existence.

 

Plato's muur

Een vierde object bestaat uit een wand gemaakt van tricot welke ongeveer 40 tot 50 centimeter van een muur strak wordt opgespannen. Het is onderdeel van het gehele project welke in één ruimte plaatsvindt. Om binnen te komen moeten mensen tussen het tricot en de muur lopen. Deze actie wordt vastgelegd op video en ongeveer drie minuten nadat men de wand gepasseerd heeft in dezelfde ruimte getoond. De toeschouwer wordt daarbij participant en object van het kunstwerk. Het symboliseert de opkomst en verval van de mensheid zoals deze ooit zal plaatsvinden. Voor mij heeft deze wand een sterke connotatie met de grot van Plato, waarbij de geketende mens de geprojecteerde schijnwerkelijkheid aan zich ziet passeren. In het werk 'Plato's Muur' is de mens niet geketend maar onderdeel van de schijnwerkelijkheid. De passage van het individu symboliseert de opkomst en ondergang van de mensheid.

 

Illusionary Existence

Een vijfde object is een variant van Plato's Muur, waarbij het formaat teruggebracht is tot het formaat van een pashokje. Ook hier is de ruimte tussen de muur en het tricot beperkt. De bezoeker wordt gevraagd achter het tricot een handeling te doen die ergens de schijn van geeft. Een voorbeeld zou kunnen zijn dat een medewerker zich schijnbaar lijkt uit en aan te kleden. De toeschouwers zien een illusie of de werkelijkheid. Het is aan de medewerker of hij zich inderdaad ontkleedt of niet. Wat is werkelijkheid?

Deze vraag speelt een belangrijke rol in het totale kunstwerk. Welke plaats heb ik als mens in het geheel? Wat is werkelijkheid? Wat is illusie?

‚Äč

Enclosed Bodies

In deze invulling van OOO maak ik gebruik van kleine objecten waarin een mens opgesloten lijkt te zitten.Het zijn sculpturen, ciseleerwerken, gipsmodellen, et cetera, waarbij de herkenning van het menselijke eigenlijk geen rol speelt. Het Humanum verdwijnt, lost op in de vorm. Het verdwijnt in de tijd.